30 mei 2025

De Graspieper

De graspieper (Anthus pratensis) is een zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten (Motacillidae).



 De graspieper lijkt veel op andere piepers zoals de waterpieper en de boompieper. Het is een kleine vogel van ongeveer 15 cm met een spanwijdte van 25 tot 27 cm. De graspieper weegt ongeveer 20 tot 25 gram. 

Het bovenste deel van de rug is duidelijk gestreept grijsbruin met olijfbruin. Dit patroon zie je ook op de bovenkant van de kop. De vleugelveren op de rug en in de middellange staart zijn zwart tot donkerbruin met vaal witte randen. De stuit is ongetekend en oranjebruin. De buik is vuilwit en beige / geelachtig naar de flanken. Op de borst en flanken zitten gelijkmatige korte donkere strepen. De zijkant van de kop heeft een lichte wang- / mondstreep. De lichte wenkbrauwstreep is kort en vaag. 
De snavel is slank en heeft een donkere punt en bovenkant met een gele aanzet en onderkant. De dunne poten zijn licht oranjebruin met een zeer lange achtertenen.  


In Nederland en België is de graspieper het hele jaar te zien. In Nederland is het een talrijke broedvogel, doortrekker in grote aantallen en ook overwinteraar in vrij grote aantallen. SOVON constateert echter een voortdurende, maar kleine (<5%) achteruitgang sinds 1990. Daarom staat de soort nu als gevoelig op de Nederlandse rode lijst en als bedreigd op de Vlaamse rode lijst. Ook heeft de vogel sinds 2015 internationaal de status gevoelig op de Rode Lijst van de IUCN.






29 mei 2025

De Blauwe Kamer

Tussen Wageningen en Rhenen ligt een prachtig natuurgebied, onderdeel overigens van een groter geheel. 

De Blauwe Kamer is een rivieroeverreservaat aan de noordelijke oever van de Nederrijn tussen Rhenen en Wageningen. Het gebied bevindt zich op het voormalige terrein van steenfabriek De Blauwe Kamer. De restanten van het complex, waaronder de schoorsteen, zijn in het natuurgebied te vinden. Het gebied ontleent zijn naam aan een voormalige hofstede die al op een kaart van 1636 voorkomt. Het was toen een aanzienlijk huis. Daarna was er een boerderij genaamd "Blauwe Kamer", en nog later een steenfabriek met dezelfde naam die tot 1975 bakstenen produceerde. Door veranderende productiewijzen kwam een einde aan deze en vele andere kleine steenfabrieken. In 1984 kocht Het Utrechts Landschap De Blauwe Kamer. Het terrein bestond uit 80 hectare grasland en 20 hectare kleiputten. De klei is tussen 1880 en 1975 afgegraven ten behoeve van de steenfabricage.

Door de kleiwinning is het terrein afgevlakt, natuurlijke hoogten zijn verdwenen, en bestaat uit vooral laaggelegen grasland. In 1989 kocht Het Utrechts Landschap ook het terrein van de voormalige steenfabriek. Dit om de industriële ontwikkelingen te voorkomen. Het project kost 2,2 miljoen gulden en is gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Wereldnatuurfonds en de provincie Utrecht.
De uiterwaard kreeg een nieuwe bestemming; middels natuurontwikkeling zijn de voorwaarden geschapen om weer een natuurlijke rivieroever te laten bestaan. De ontwikkeling werd vertraagd door boerenprotest. De zomerdijk is doorbroken waardoor meer water het gebied binnenstroomt. Boeren met land in het binnendijks gebied waren bang voor meer kwel en tekenden protest aan. Met een pakket aan maatregelen, waaronder drainage, is het belangrijkste bezwaar tegen het project weggenomen.

De Blauwe Kamer was in 1992 een van de eerste projecten waar volgens het gedachtegoed van Plan Ooievaar de zomerkade van de uiterwaard werd doorgestoken om zo de natuurlijke dynamiek van het rivieroeverlandschap te herstellen. Hierdoor loopt het laag gelegen gebied al bij een geringe verhoging van de waterstand in de rivier onder water. Gecombineerd met de inzet van grote grazers is er daardoor een meer divers landschap ontstaan. 

In 2002 is de Grebbeberg, die de zuidkant van de Utrechtse Heuvelrug vormt, verbonden met de Blauwe Kamer. Sindsdien beschikken de koniks en galloways over een royaal hoogwatervluchtgebied. De maatregelen die genomen zouden worden in verband met de ecologische hoofdstructuur zijn inmiddels in het archief opgeborgen en worden helaas niet uitgevoerd, sinds staatsecretaris Bleker de plannen voor de hoofdstructuur heeft opgeheven.  Bij de herinrichting van de Blauwe Kamer, zijn de oude strangen en geulen uitgegraven en is de zomerdijk doorgestoken. Hierdoor draagt de Blauwe Kamer weer bij aan de biomassa in de Nederrijn. 
De vis kan paaien in het ondiepe water en de opgroeiende vis vindt zijn weg terug naar de rivier. Door de kracht van het water wordt er soms grond weggeslagen en soms vindt er afzetting plaats. Na een periode van hoge waterstand, is er zo een laag zand van veertig centimeter afgezet. Door die dynamiek ontstaat het geschikte milieu voor planten en dieren die langs de rivieren te vinden zijn. De natuurontwikkeling is echter gedeeltelijk ten koste gegaan van de cultuurhistorie in het gebied en het eeuwenoude cultuurlijke uiterwaardenlandschap met zijn door heggen afgescheiden percelen.


Zachthout-ooibos van wilgen en populieren ontstaat door aanspoeling en uitzaaiing. Door de nabijheid van loofbossen op de nabije Grebbeberg wordt ook de ontwikkeling het in Nederland zeer zeldzaam geworden hardhout-ooibos gestimuleerd. In de Blauwe Kamer zijn zaailingen van es en eik waargenomen. Door de relatief lage graasdruk, ontwikkelen die boompjes zich voorspoedig.
In de Blauwe Kamer komt een grote diversiteit aan dierenleven voort. Sinds de Blauwe Kamer met de Grebbeberg is verbonden begrazen Konikspaarden en Gallowayrunderen het gebied. Verder zijn er hazen, konijnen, muskusratten, beverratten (beide soorten worden bestreden in het gebied), bevers en vossen en ongetwijfeld nog meer kleine roofdieren en knaagdieren.

Verschillende vogels kunnen hier zich goed handhaven. Het aantal soorten broedvogels schommelt tussen de 60 en 75. De vogeldichtheid neemt toe; het aantal vastgestelde territoria was in 1993 iets meer dan 500 en verdubbelde in de periode 2006-2008. De aalscholver broedt er sinds 1998 en de lepelaar broedt er sinds 2004. Het aantal broedparen lepelaars steeg tussen 2004 en 2008 tot 17. In 2020 waren er al 40 broedparen. De klapekster is een vaak voorkomende wintergast. De visarend is hier ook regelmatig op doortrek te vinden, vooral in de maanden april en september.
(bron: Wikipedia)



























28 mei 2025

Reuzenbereklauw

 

De reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is een meerjarige plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). De soort wordt, in tegenstelling tot de inheemse gewone berenklauw, in België en Nederland beschouwd als een invasieve exoot die gezondheidsrisico's oplevert. De inheemse soort is aanmerkelijk kleiner dan de reuzenbereklauw, die 3 tot 5 meter hoog kan worden. Het gevaar bij aanraking met deze soort kan ernstige brandwonden tot gevolg hebben. Daarom wordt ingezet op bestrijding van deze plant.

Reuzenberenklauw staat op de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (“de Unielijst”) krachtens verordening (EU) No.1143/2014. Dat betekent dat er een Europees verbod van kracht is op bezit, handel, kweek, transport en import van de soort. Daarnaast geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen.

De plant is vooral te vinden langs wegen en op plaatsen die niet begraasd of bewerkt worden, bijvoorbeeld ook langs spoorwegen. 

In de 19e eeuw is de reuzenberenklauw uit de Kaukasus als tuinplant in Europa geïntroduceerd. In de Benelux is deze exoot volledig ingeburgerd. De reuzenberenklauw wordt anno 2010 steeds vaker in verstedelijkt gebied aangetroffen. Omdat de reuzenberenklauw zo kiemkrachtig is en met zijn bladeren al het licht voor andere planten wegneemt, wordt de soort beschouwd als een onkruid. In gebieden die niet begraasd worden drukt de invasieve soort alle andere planten weg; daar komt bij dat hij in de Benelux naast grote grazers en schapen geen natuurlijke belagers kent.


27 mei 2025

Een begin

In 2009 begon ik met mijn hobby: fotografie. En dan met name in de natuur. Dat werd onder meer aangewakkerd door een reis die we maakten in 2008 naar Zuid Afrika. Gestimuleerd door mijn vrouw heb ik het opgepakt. En dan begint het met veel oefenen. Door de jaren heen heb ik wat gefotografeerd. En in dit blog wil daarvan wat laten zien. Het begint wat mij betreft dan in juni 2009. Daan probeer ik me op onderwerpen te focussen. Een gewild onderwerp is dan wellicht het fotograferen van klaprozen. 


Door op de foto's te klikken ziet u een vergroting.

Een opvallende verschijning door de gewweldig mooie opvallende kleur. De grote of gewone klaproos (Papaver rhoeas) komt uit de papaverfamilie. Vanaf mei tot juli is deze bloem, onder meer in Nederland te vinden, dat is de bloeitijd. Maar de bloem komt bijna over de hele wereld voor. 

Van ouds was de klaproos, samen met bijvoorbeeld de korenbloem, in de graanakkers te vinden. Maar tegenwoordig zoekt de plant meerdere voedingsbodems op. Dus of het nu het zand van de Veluwe is of de klei op Texel, overal lijkt deze plant te gedijen. Ze kunnen ook als pioniersoort worden aangemerkt, want als de bodem waarop ze groeien langere tijd met rust wordt gelaten zullen ze gaandeweg verdwijnen. 

Een markante eigenschap van de klaproos is dat het witte melksap giftig is. De 'kunst' bij het fotograferen van een bloem als deze is het difragma te verhogen, bijvoorbeeld naar 11 om de hele bloem scherp in beeld te krijgen.




Dit is mijn eerste blog van dit onderwerp. Vooralsnog zullen de blogs onregelmatig verschijnen.